Peter Hofstede

Stuurman aan wal


Geuzennaam

    LOPPERSUM - In Hotel Spoorzicht sprak Dr Hofstede voor de Noordelijke Land- en Tuinbouworganisatie over het onderwerp: 'Landbouw en media'. Hij kreeg het aan de stok met een verbeten toehoorder die volhield dat juist nu het hel- en hemelgeloof weer in opmars is. De geleerde spreker werd met bijtwonden in een naburig streekziekenhuis opgenomen.

    'Mijnheer de Voorzitter! Het Centraal Bureau voor de Statistiek constateert dat het Nederlandse volk er maar wat op los is gaan leven sinds de teloorgang van het geloof in een hiernamaals. Dood is dood. Dus moet je uit dit ene leven halen wat er in zit. Vroeger bleven de meeste huwelijken in stand omdat man en vrouw een heilig verbond hadden gesloten. Nu stappen ze er net zo makkelijk uit als uit een oude jas en kopen ze de volgende dag een nieuwe.
    Volgens het CBS pieken de echtscheidingen dit jaar naar 37.000. Dat zijn honderd kapotte huwelijken per dag. Het geboortencijfer daalt navenant. Jonge generaties willen eigenlijk alleen leuke dingen, geen verplichtingen, niks met een ander te maken, het gemak dient de mens en onbeperkt consumeren is troef. De media die een spiegel van de maatschappij vormen, zijn wel genoopt de trend te volgen.
    Het meest gevoelig hiervoor is de televisie. Satellietzenders zijn chronische lolfabrieken en de publieke omroepen met hun geestelijke en culturele wortels verloochenen hun opdracht. Serieuze media in een democratie horen de overheid kritisch te volgen. Nu zie je aan de lopende band bewindslieden in spelletjes en talkshows zitten, wedijverend in kwinkslagen en 'soundbites'. Het fun-principe vervangt de vroegere ernst des levens.
    De toon wordt gezet door de grachtengordel, hartje Amsterdam waar opiniemakers, televisiejournalistiek en reclame hun eigen onneembare Tora Bora hebben. Een grootstedelijk bastion, de schuilplaats van Big Brother, de zich moreel superieur wanende tegenvoeters van de agrarische gemeenschap in het Noorden. Stedelingen beschouwden de boeren door de eeuwen heen als een ruw en onbehouwen volkje. De Amsterdamse stadsdichter Breeroo rijmde in de zeventiende eeuw:

'Ghy heeren, ghy burgers, vroom en wel gemoet,
Mijdt der Boeren feesten, sy sijn selden soo soet
Of 't kost iemand syn bloet'.

    Zo denken de Grachtengordeliers er vandaag de dag nog steeds over. Ook al ben je in Amsterdam je leven niet meer zeker. De hoofdstad van Nederland is een van de onveiligste en crimineelste steden van Westeuropa. De Noorderlingen raad ik dan ook: 'Mijdt de Mokumse bruyloftsfeesten, die syn selden soo soet of je krijgt er een klap op je snoet'.
    Vóór de komst van de trekker was de 'boerenlul' het enige landbouwwerktuig dat het voortbestaan van de soort garandeerde (dit eens zo fiere en onmisbare apparaat is nu verschrompeld tot een goedaardig schimpwoord voor huis-, tuin- en kantoorgebruik). Hadden de boeren zich niet voortgeplant, dan was het mensdom verhongerd.

    Mijnheer de Voorzitter! De boer oefent het op één na oudste beroep ter wereld uit. In het oudste beroep zijn overwegend vrouwen werkzaam. Ik zeg niet welk beroep dat is. Het scheelt één letter. Maar de naam van de boer verdient in ere hersteld te worden. Als een geuzennaam.'

peter@schatsborg.nl